|
!
Oude bomen, omgewaaid aan de rand van het bos, met tussen hun wortels spleten, bedekt met mos. Daar iets boven de grond, warmpjes en knus is hun heerlijke huisje, daar wonen ze dus. Rust verschuilt zich in de winternacht onder een mantel van sterrenpracht. Met het stille dwarrelen van sneeuwvlokjes. en het zachte klingelen van sneeuwklokjes. In alle vroegte, bij het prille ochtendgloren, klinken nieuwe klanken, is de dag herboren, dan zoeken Vi en Valdi beukennootjes en –schilletjes op het ritme van moederaarde en tóch stilletjes.
|